MANNEN! (deel 2)

Jongemannenkoor Oldenzaal te gast bij het Festival Oude Muziek Nu te Hoorn

Aanstaand  weekend van 28 en 29 mei vindt in Hoorn het festival Oude Muziek Nu plaats, waar het publiek  al weer voor de 15e keer  kan genieten van oude muzikale tijden op straat en in het centrum. Goochelaars, muzikanten, dansers, gregoriaanse zingende monniken, maar ook muziek van Bach en Vivaldi! Heeft u dus nog niet te doen dit weekend, ga dan naar Hoorn!

Het Jongemannenkoor Oldenzaal, onderdeel van het Stadsjongenskoor, is gevraagd door de festivalorganisatie een aantal concerten in Hoorn te komen geven. Het Jongemannenkoor bestaat uit 19 jongemannen die allemaal hun zangopleiding begonnen zijn in het Stadsjongenskoor. Het koor heeft bijzondere muzikale kwaliteiten en zal Oldenzaal vertegenwoordigen op dit toonaangevende festival in Noord-Holland.

De jongemannen zijn op zaterdagmiddag te beluisteren in de historische stoomtram van Medemblik naar Hoorn. Deze tram vertrekt om 13.45 uit Medemblik en komt in 15.00 aan in Hoorn. Tijdens deze rit zullen de jongemannen verschillende a capella liederen ten gehore brengen. Op zondagmiddag 29 mei om 15.30 uur geeft het koor samen met het Shantykoor Kaap Hoorn een concert in de Oosterkerk. De jonge Oldenzaalse mannen zullen een programma ten gehore brengen onder de titel: Mannen! Liederen  over drank, vrouwen en zeemansverdriet. Deze tijdloze mannenthema’s zijn te horen zijn in de glees en rounds van onder andere Thomas Ravenscroft 1582-1635 en Henry Purcell 1766-1821. Maar ook diverse Barbershops, wat Broadway,  Beach Boys en volksmuziek zullen de revue passeren. Dennis Vallenduuk zal het koor op de piano begeleiden en de algehele leiding is in handen van Mariette Effing

Voor informatie over het festival: www.oudemuzieknu.nl

4 thoughts on “MANNEN! (deel 2)

  1. Beste Mariette,

    Gisteren las ik toevallig je reactie op het interview met mij op de website van Mens&Melodie. Niemand had mij erop geattendeerd dat er een reactie was verschenen helaas, anders had ik wel eerder gereageerd.

    In de eerste plaats wil ik mijn diepe respect betuigen voor iedereen die te maken heeft met muziekeducatie en voor iedereen die werkt met kinder- en jongenskoren in het bijzonder. Ook ik ben lid geweest van jongenskoren en weet dus heel goed hoe belangrijk en bepalend zo’n lidmaatschap kan zijn in het leven van een mens. En uiteraard verdienen ook de jongens enorm respect, al was het maar omdat voetballen een stuk stoerder is dan het zingen in een koor.

    In het interview heb ik uiting gegeven aan mijn behoefte om bij allerlei ingesleten gewoontes bij de uitvoering van Bachs Matthäus Passion vraagtekens te zetten. Dat betreft werkelijk allerlei zaken: muzikale interpretatie (lengte van noten, articulatie, dynamiek, enz.), opstelling van koor en vooral van orkest, gebruik van moderne instrumenten, het gebruik van een klein kistorgel, vormgeving van het libretto in het programmaboekje, de manier van zingen van koralen, en ja, ook het inzetten van een jongenskoor. Antwoorden zijn lang niet altijd te geven en zijn zeker niet van alle tijden, maar ik vond het belangrijk vragen te stellen. Absolute waarheid bestaat niet bij dit soort vragen. En soms worden antwoorden ook domweg ingegeven door praktische omstandigheden. De historisch ideale omstandigheid van een compleet jongens/mannenkoor met solisten uit de gelederen van het koor is natuurlijk maar voor weinig uitvoeringen weggelegd. En voor een lange preek tussen de twee delen in plaats van een kop koffie in de pauze, is ook maar weinig publiek te vinden. Het is een troost te weten dat Bach zelf ook een praktisch musicus was. Hij schreef zijn cantates maar al te vaak voor de op dat moment beschikbare personele bezetting.

    Een liefst niet al te groot gemengd koor is dus vaak het uitgangspunt. En zo was dat ook bij mij. De vraag of daar moderne of oude instrumenten bijpassen is een heel serieuze. Ik zelf prefereer oude instrumenten, omdat ik de kleur mooier vind en ik de verhouding tussen blazers en strijkers veel beter vind, maar ik zeg erbij dat dit een persoonlijke keuze is. Ik claim niet de wijsheid en de waarheid in pacht te hebben. En ik heb ook geen oordeel over praktische omstandigheden die andere keuzes uitlokken.

    Bach was zijn leven lang met educatie bezig, voor zichzelf en voor alle mensen om hem heen. De beroemde biografie van Christoph Wolff laat op dat punt geen enkele twijfel. Als Bach zijn koor iets moeilijks wilde laten uitvoeren, koos of schreef hij in de maanden daarvoor cantates waarin allerlei aspecten van die moeilijke muziek al aan de orde kwamen. Het is dus helemaal niet gek dat Bach de jongens van de laagste klassen inzette voor de soprano in ripieno. Op die manier maakten ze in een kleine rol kennis met een grote compositie en leerden ze hoe indrukwekkend dat was. En eigenlijk functioneert het nu nog steeds zo. Dat geldt zowel voor een jongenskoor, als voor meisjes van de 4e klas van een gymnasium. Die meisjes hebben in ons project een paar lessen gehad over de Matthäus Passion en hebben daarnaast onder leiding van een stagiair in een paar maanden enorm veel geleerd over zingen en zijn ook daadwerkelijk veel beter gaan zingen. Ze hebben in een aantal repetities kennisgemaakt met hoe een gemengd koor werkt, hebben geleerd hoe met een klavoeruittreksel om te gaan en hebben voor hen indrukwekkende concerten meegemaakt. Kortom, voor hen was het zeker zo zinvol als voor de jongens van een jongenskoor. En dit zegt dus allemaal niet, dat ik zo’n ervaring de jongens niet gun, integendeel!

    Zeker is het zo dat ook bij Bach de soprano in ripieno onschuldiger klonk dan de rest van het koor. Maar het contract tussen een tachtig leden tellende oratoriumvereniging en een jongenskoor nu is vele malen groter. Misschien hebben onze tegenwoordige oren ook wel een groter contrast nodig, maar we mogen ons best realiseren dat dit enorme contrast stamt uit de 19e eeuw en niet van Bach afkomstig is. Daarmee is het nog niet fout of zo, maar een andere oplossing mag best eens geprobeerd worden. Ook tussen mijn relatief klein gemengde koor en de meisjes van het gymnasium was er absoluut contrast, ook in onschuld van de klank. En – opmerkingen over eventueel verloren onschuld ten spijt – zagen ze er ook nog behoorlijk onschuldig en zeer betrokken uit.

    Het is heel wel mogelijk dat het Bach ook ging om een uitstraling van onschuld in het koraal “O Lamm Gottes unschuldig”. Toch denk ik dat onze emotionele beleving daarvan sterk gekleurd is door de 19e en 20e eeuw. Je signaleert terecht de door Bach geconstrueerde frictie tussen de op het Hooglied geïnspireerde treurzang in e-klein en het koraal in G-groot. Maar je associatie van majeur met onschuld tegenover mineur met schuld, lijkt me niet passend in de gedachtenwereld van de barok. Ik zou onschuld eerder associëren met a-klein of d-klein; zie bijvoorbeeld “Aus Liebe”.

    Enfin, ik denk dat we het over heel veel dingen erg eens zijn. Bovenal dat muziekeducatie enorm belangrijk is en dat jongenskoren daar enorm aan bijdragen! Daarnaast hoop ik dat je ook met me eens bent dat het goed is vraagtekens te zetten bij vaste patronen van uitvoeren. Jongenskoren in de Matthäus Passion mogen van mij, graag zelfs! Maar voor mij zijn er ook goede andere oplossingen denkbaar. Ik hoop ook dat je begrijpt dat we in dat interview een aantal samengebalde en ongenuanceerde uitspraken staan, omdat er door de heer Adema maar beperkte ruimte was gegeven. Door dit epistel hoop ik de nuances in elk geval weer te hebben verduidelijkt.

    Hartelijke groet, Nico van der Meel.

  2. Beste Nico,

    Hartelijk bedankt voor je uitvoerige en uiterst sympathieke reactie. Natuurlijk zijn we het over erg veel dingen eens, daar twijfelde ik al helemaal niet aan.

    Maar je interview verdiende een reactie van mij als dirigent van een jongenskoor. Je neemt dit sportief op en wat ij hier als antwoord op mijn weblog schrijft is een hele goede en genuanceerde aanvulling. Dat waardeer ik erg. Door je interview is er een leuke discussie ontstaan. Wie weet volgen er nog meer reacties.

    Groet van Mariette

  3. Op 28 mei 2011 hadden wij een Nichtjesdag en ontmoetten in de stoomtrein van Medemblik naar Hoorn jullie koor. Er werd prachtig gezongen en ik heb een mooie foto gemaakt op het perron Wognum-Nibbixwoud.
    Deze wil ik jullie graag laten zien, maar ik heb geen email-adres.

    Groeten en nog heel veel succes!

    Marian Mettes
    Zandvoort.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s